Banner Image

Onderuitloop plat dak of attika-afvoer? Zo kies je

Bij een plat dak kies je niet alleen hoeveel afvoeren er nodig zijn, maar ook in welke richting het water het dak verlaat. Een onderuitloop plat dak voert het water naar beneden door de dakvloer. Een zijuitloop of attika-afvoer voert het naar de zijkant, door de dakrand. Die keuze bepaalt waar de leidingen lopen, hoeveel doorbraken er in dak en isolatie komen en hoe het afschot moet lopen. Op een bedrijfshal of distributiecentrum zijn dat beslissingen die je later niet makkelijk terugdraait. In dit artikel vergelijk je de drie principes op de punten die in het ontwerp verschil maken, met een rekenvoorbeeld voor een dak van 2.400 m².


Wat is het verschil tussen een onderuitloop, zijuitloop en attika-afvoer?

Het verschil zit in de richting waarin het water het dak verlaat en waar de leiding daarna loopt.

  • Onderuitloop: de afvoer zit in het dakvlak en voert het water verticaal door de dakvloer af. De standleiding of verzamelleiding loopt binnen het gebouw. Dit wordt ook wel een dakdoorvoer genoemd.

  • Zijuitloop of stadsuitloop: de afvoer zit aan de dakrand en voert het water horizontaal door de opstand naar buiten, meestal naar een vergaarbak of standleiding aan de gevel.

  • Attika-afvoer: het water wordt via de attika afgevoerd, de opstaande rand rondom het dak. Bij bedrijfsdaken gebeurt dat vaak met een druksysteem, waarbij de leiding onder volledige vulling werkt.

Een zijuitloop en een attika-afvoer lijken op elkaar: beide voeren af via de dakrand. Het verschil zit vooral in het systeem erachter. Een klassieke zijuitloop werkt op vrijverval, terwijl een attika-afvoer met drukstroming bij volle belasting een grotere hoeveelheid water per afvoer kan verwerken.


Hoe vergelijk je de drie principes?

Elk principe heeft gevolgen voor het gebouw, niet alleen voor het dak. De tabel geeft de belangrijkste verschillen.

Ontwerppunt

Onderuitloop

Zijuitloop / stadsuitloop

Attika-afvoer (druksysteem)

Doorbraak in dakvloer en isolatie

Ja, per afvoer

Nee, wel door de opstand

Nee, wel door de attika

Leidingen

Binnen het gebouw

Buiten, aan de gevel

Afhankelijk van het ontwerp, vaak buiten

Afschot loopt naar

Het dakvlak of een kil

De dakrand

De dakrand

Capaciteit per afvoer

Afhankelijk van systeem en diameter

Beperkt, vrijverval

Hoog bij volle stroming

Typische toepassing

Grote dakvlakken met afvoerpunten in het veld

Kleinere daken, aanbouwen, luifels

Grote bedrijfsdaken, ook renovatie

De capaciteit per afvoer hangt altijd af van het systeem, de diameter en de waterhoogte op het dak. Gebruik voor het ontwerp de gegevens van de fabrikant en een berekening volgens NEN 3215.


Wanneer kies je voor een onderuitloop?

Een onderuitloop ligt voor de hand als het water niet naar de dakrand kan of mag. Dat geldt bij grote dakvlakken waar de afstand tot de rand te groot is voor een praktisch afschot, of bij daken waar de randen niet beschikbaar zijn, bijvoorbeeld door aangrenzende gebouwdelen.

Wel brengt een onderuitloop extra ontwerpwerk met zich mee:

  • Doorbraken: elke afvoer gaat door de dakvloer en de isolatie. Die doorbraken moeten waterdicht en thermisch goed worden aangesloten.

  • Inpandige leidingen: een hemelwaterleiding binnen het gebouw moet volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving lucht- en waterdicht zijn, bepaald volgens NEN 3215.

  • Ruimte en gebruik: leidingen lopen door de hal, langs kolommen of boven een plafond. Bij opslag, productie of koelruimtes is dat niet altijd gewenst.

  • Plaats van de afvoer: de afvoer moet op het laagste punt van het dakvlak liggen, ook nadat het dak onder belasting is doorgebogen. Daarover lees je meer in het artikel over afschot van een plat dak en de plaats van de afvoeren.


Wanneer kies je voor een zijuitloop of stadsuitloop?

Een zijuitloop werkt goed bij kleinere daken waarvan het afschot eenvoudig naar de rand kan lopen. Denk aan aanbouwen, luifels, entreepartijen en kleinere bedrijfsdaken.

Het grote voordeel is dat er geen doorbraak door de dakvloer nodig is en dat de leiding buiten het gebouw blijft. Het nadeel is de capaciteit. Een zijuitloop op vrijverval verwerkt per afvoer minder water, waardoor je bij grotere daken al snel veel afvoeren en veel standleidingen aan de gevel krijgt.


Wanneer kies je voor een attika-afvoer met druksysteem?

Een attika-afvoer met druksysteem combineert de voordelen van afvoer via de dakrand met een hoge capaciteit per afvoer. Daardoor is dit principe vooral interessant voor grote bedrijfsdaken.

  • Geen doorbraken in het dakvlak: de dakbedekking en isolatie blijven in het veld intact.

  • Geen inpandige leidingen boven opslag, productie of koelcellen, mits de leidingvoering buiten het gebouw blijft.

  • Minder afvoerpunten: door de hogere capaciteit per afvoer zijn er minder afvoeren en standleidingen nodig dan bij vrijverval.

  • Renovatie: omdat het dakvlak niet wordt doorbroken, is dit principe ook geschikt bij bestaande daken.

Loromeij Afvoersystemen heeft drie complete systemen die via de dakrand afvoeren:

  • Serie 93 ATTIKASTAR® loost via de attika. Loromeij geeft een maximale capaciteit op van 32 l/s, met een instelbare stuwhoogte van 25 tot 60 mm. Het systeem is geschikt als hoofd- en noodafvoer. Zie Serie 93 ATTIKASTAR®.

  • Serie 89 LORO-X RAINSTAR® is een attika-afwatering met een inbouwhoogte van 55 mm en een maximale capaciteit van 15,6 l/s volgens de productspecificatie. Zie Serie 89 LORO-X RAINSTAR®.

  • Serie 62 voert af zonder doorbraak in de dakconstructie, met een capaciteit tot 16 l/s, en is vooral bedoeld voor renovatie en gevoelige dakconstructies. Zie Serie 62.

Dit zijn maximale waarden onder bepaalde omstandigheden. Welke capaciteit in een project haalbaar is, volgt uit de berekening van dat dak.


Twijfel je welk afvoerprincipe past bij je dak?

Stuur de dakplattegrond, het afschotplan en de gewenste leidingvoering mee. De technisch adviseurs van Loromeij kijken mee naar het aantal afvoeren, de plaats in de attika en de combinatie met de noodafvoer.

Plan een vrijblijvend adviesgesprek of bekijk de complete afvoersystemen van Loromeij.


Rekenvoorbeeld: een bedrijfshal van 2.400 m²

Een rekenvoorbeeld laat zien dat het aantal afvoeren niet alleen uit de capaciteit volgt, maar ook uit de indeling van het dak.

Uitgangspunten: een bedrijfshal van 60 × 40 m, dus 2.400 m² plat dak. Als grove eerste inschatting reken je met 0,03 liter per seconde per m², zonder correctiefactoren.

  • Totale afvoer: 2.400 × 0,03 = 72 l/s.

  • Op capaciteit alleen: bij een maximale capaciteit van 32 l/s per afvoer zou 72 / 32 = 2,25 betekenen dat drie afvoeren op papier genoeg zijn.

  • Op dakindeling: het afschot loopt naar de twee lange gevels. Per gevel kies je twee afvoerpunten, zodat elk afvoerpunt een afwateringsgebied van 600 m² krijgt. Per afvoer is dat 600 × 0,03 = 18 l/s, ruim onder de maximale specificatie.

Bij een onderuitloop zou je het dak bijvoorbeeld verdelen in vier velden met elk een afvoer in het midden. De afvoer per punt is dan ook 18 l/s, maar je krijgt vier doorbraken in dak en isolatie en vier inpandige leidingen.

Het rekenvoorbeeld is een vereenvoudiging. De definitieve berekening volgens NEN 3215 houdt rekening met correctiefactoren, zoals in het artikel over hemelwaterafvoer berekenen voor een plat dak. Daarnaast ontwerp je in de regel een noodafvoer, los van de hoofdafvoer.


Waar let je op bij de noodafvoer?

Een noodafvoer voert het water af als de hoofdafvoer verstopt raakt of een bui de ontwerpwaarde overschrijdt. Bij alle drie de principes is een noodafvoer gebruikelijk, meestal in de dakrand en op een hoogte boven het niveau van de hoofdafvoer.

Bij een onderuitloop wordt de noodafvoer vaak als spuwer of noodoverloop in de attika uitgevoerd. Bij een attika-afvoer met druksysteem kan een tweede afvoer op een hogere stuwhoogte als noodafvoer werken. Hoe je de noodafvoer ontwerpt, lees je in het artikel over noodafvoer bij een plat dak.


Veelgemaakte fouten bij de keuze van de dakafvoer

  • Afvoerprincipe kiezen na het afschotplan. Het afschot moet naar de afvoeren lopen. Wie eerst het afschot vastlegt en daarna de afvoeren kiest, zit vast aan de richting die al is gekozen.

  • Alleen op capaciteit rekenen. Drie afvoeren kunnen op papier genoeg zijn, maar te lange afschotlengtes of een ongunstige dakindeling maken het dak dan lastig te detailleren.

  • Inpandige leidingen onderschatten. Leidingen door een hal botsen met kolommen, kraanbanen, sprinklerleidingen of opslagstellingen.

  • Zijuitlopen op een groot dak. Op vrijverval zijn dan veel afvoeren en standleidingen nodig, met evenveel aansluitingen in de dakrand.

  • De noodafvoer vergeten of op dezelfde hoogte plaatsen. Een noodafvoer op het niveau van de hoofdafvoer werkt als extra hoofdafvoer, niet als nood.


Veelgestelde vragen over dakafvoeren op een plat dak

Is een stadsuitloop hetzelfde als een zijuitloop?

Ja. Met beide termen wordt een afvoer bedoeld die het water horizontaal door de dakrand naar buiten voert. Stadsuitloop is de gangbare term in de dakbranche en de handel.

Hoeveel afvoeren heeft een plat dak nodig?

Daar is geen vaste regel per m² voor. Het aantal volgt uit de berekening volgens NEN 3215, de capaciteit per afvoer en de indeling van het dak in afwateringsgebieden. Veel ontwerpers kiezen ten minste twee afvoeren per dakvlak, zodat één verstopping niet direct het hele vlak blokkeert.

Kan een onderuitloop bij renovatie worden vervangen door afvoer via de dakrand?

Dat kan, als het afschot naar de dakrand kan worden aangepast of al die kant op loopt. Een systeem dat zonder doorbraak in de dakconstructie afvoert, zoals de Serie 62, is daarvoor ontwikkeld. Of het past, hangt af van de bestaande dakopbouw en de leidingvoering.


Een onderuitloop voert het water door de dakvloer af en past bij grote dakvlakken waar de dakrand niet bereikbaar is, maar vraagt doorbraken en inpandige leidingen. Een zijuitloop houdt alles buiten, maar heeft een beperkte capaciteit per afvoer.

Een attika-afvoer met druksysteem combineert afvoer via de dakrand met een hoge capaciteit per afvoer en is daardoor vooral interessant voor grote bedrijfsdaken. Leg de keuze vast vóór het afschotplan, want het afschot moet naar de afvoeren toe lopen.


Bespreek de dakafvoer in de ontwerpfase

Plan een vrijblijvend adviesgesprek of bel de technisch adviseurs van Loromeij op 0547 27 26 96.

Voor elk gebouw een
passende oplossing

0+
Jaar ervaring

Door middel van advies en technische ondersteuning helpen onze medewerkers u graag met alle vraagstukken en uitdagingen op het gebied van hemelwaterafvoer en riolering.

About Image

Nieuwbouw Albert Heijn

Afvoer Hemelwater

BEKIJK HET

AANBOD

Cta Image
Cta Image
Cta Image